ECLI:NL:CRVB:2009:BK5166
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- P.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Geen recht op ziekengeld wegens geschiktheid voor geselecteerde functies onder Wet WIA
Betrokkene was sinds mei 2004 wegens gezondheidsklachten arbeidsongeschikt en ontving aanvankelijk een uitkering. Vanaf 10 mei 2006 werd zij echter niet meer als arbeidsongeschikt beschouwd voor de geselecteerde functies onder de Wet WIA, waardoor zij geen recht meer had op ziekengeld. Betrokkene maakte bezwaar tegen het besluit om het ziekengeld te beëindigen, waarbij zij verwees naar een behandeling bij een orthomoleculaire arts.
De rechtbank vernietigde het besluit en oordeelde dat appellant onzorgvuldig had gehandeld door geen informatie in te winnen bij deze arts. De rechtbank vond de motivatie van de bezwaarverzekeringsarts onvoldoende, mede vanwege de verklaring van de orthomoleculaire arts over afwijkende bloedwaarden.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat de bezwaarverzekeringsarts voldoende medische gegevens had, waaronder brieven van de behandelend internist en eigen onderzoeksbevindingen, om een verantwoord standpunt in te nemen over de gezondheidstoestand van betrokkene. Het inwinnen van aanvullende informatie bij de orthomoleculaire arts zou geen toegevoegde waarde hebben gehad. De Raad vernietigt daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en het besluit om het ziekengeld te beëindigen blijft in stand.