ECLI:NL:CRVB:2009:BK5165
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende medische beperkingen en taalvaardigheid
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV van 4 september 2007, waarin werd vastgesteld dat hij geen recht heeft op een WIA-uitkering per 5 maart 2007. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de medische en arbeidskundige gronden deugdelijk waren.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn bezwaren, maar bracht geen nieuwe objectieve medische gegevens in die twijfel konden doen rijzen over de vastgestelde medische beperkingen, zoals vastgelegd in de functionele mogelijkhedenlijst (FML) van 24 november 2006. De bezwaarverzekeringsarts had rekening gehouden met de beperkingen door zijn diabetes mellitus.
De Raad verwees naar het Schattingsbesluit en de Regeling nadere invulling algemeen gebruikelijke bekwaamheden, waarin is bepaald dat mondelinge beheersing van de Nederlandse taal wordt verondersteld als algemeen gebruikelijk en binnen zes maanden kan worden verworven. Appellant, die sinds 1988 in Nederland woont en jarenlang op de arbeidsmarkt actief was, kon onvoldoende taalvaardigheid niet als rechtstreeks medisch gevolg van ziekte aantonen.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.