ECLI:NL:CRVB:2009:BK5154
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- R. Kooper
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Herziening bijstandsintrekking wegens niet-ingeleverde inkomstenverklaringen en onjuiste inlichtingenverplichting
Appellant ontving bijstand vanaf 25 april 2005. Het College schortte de bijstand op wegens het niet aanleveren van inkomstenverklaringen over april tot en met juli 2005 en trok de bijstand later geheel in. Appellant maakte bezwaar tegen deze intrekking. Na nader onderzoek bleek dat appellant werkzaamheden had verricht via een verloningsservice, Raakvlak, waarvoor hij een bedrag van €214,41 ontving.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat ondanks de schending van de inlichtingenverplichting het recht op bijstand wel vastgesteld kon worden op basis van beschikbare gegevens. De Raad vond dat het College niet bevoegd was de bijstand over de gehele periode in te trekken, maar slechts de bijstand over augustus 2005 mocht herzien met inachtneming van de inkomsten uit Raakvlak.
De Raad vernietigde het besluit van 22 augustus 2007 en herroept het besluit van 12 juni 2006. Tevens veroordeelde de Raad het College tot vergoeding van proceskosten en griffierechten aan appellant.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit tot intrekking van bijstand vernietigd en de bijstand over augustus 2005 herzien met inachtneming van inkomsten van €214,41.