ECLI:NL:CRVB:2009:BK5139
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- P.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging reductiefactor 0,90 bij herziening WAO-uitkering
Appellante, voormalig verpleegkundige met een WAO-uitkering sinds 1986, kreeg haar uitkering per 25 mei 2003 ingetrokken door het UWV. Na bezwaar en eerdere gerechtelijke procedures werd de mate van arbeidsongeschiktheid vastgesteld op 15 tot 25%. De Raad vernietigde een eerdere uitspraak vanwege onvoldoende onderbouwing van de functieselectie.
Een bezwaararbeidsdeskundige voerde een nieuwe functieselectie uit volgens stap 3 van het Besluit Uurloonschatting 1999 (BUS), waarbij de reductiefactor werd vastgesteld op 36/40 (0,90). Appellante voerde aan dat de reductiefactor te hoog was omdat een geselecteerde functie slechts één arbeidsplaats vertegenwoordigde met een arbeidsomvang van 38 uur.
De Raad oordeelde dat de reductiefactor terecht was bepaald. De medische beoordeling stond niet ter discussie en de functieselectie was conform de wettelijke richtlijnen uitgevoerd. De enkele omstandigheid van de 40-urige maatman en de selectie volgens stap 3 van het BUS rechtvaardigt de gehanteerde reductiefactor. De aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: De reductiefactor van 0,90 bij de herziening van de WAO-uitkering is terecht vastgesteld en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.