ECLI:NL:CRVB:2009:BK5132
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- P.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering WAZ-uitkering wegens inkomsten uit arbeid
Appellant kreeg een WAZ-uitkering die het UWV introk per 1 januari 1996 wegens minder dan 25% arbeidsongeschiktheid en inkomsten uit arbeid. Tevens vorderde het UWV de uitkering terug over de periode 1996-2006.
Appellant voerde aan dat de rechtbank ten onrechte de bewijslast had omgedraaid en dat zijn verklaring onder druk was afgelegd. Ook stelde hij dat hij wel inlichtingen had verstrekt over zijn werkzaamheden.
De Raad oordeelt dat het UWV op goede gronden aannam dat appellant werkzaamheden verrichtte en inkomsten genoot, mede op basis van een rapport werknemersfraude en eigen verklaringen. Er is geen sprake van omkering van de bewijslast; de schatting van het UWV is terecht en appellant heeft onvoldoende concrete gegevens aangeleverd om dit te betwisten.
De Raad bevestigt dat het UWV verplicht was de uitkering in te trekken en terug te vorderen, en dat er geen dringende redenen zijn om van terugvordering af te zien. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en de proceskosten worden niet aan appellant opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van de WAZ-uitkering wegens inkomsten uit arbeid.