ECLI:NL:CRVB:2009:BK5131
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- P.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging oordeel over re-integratie-inspanningen en loonsanctie in WIA-uitkeringszaak
Appellant, voormalig controleur/heftruckchauffeur, vroeg om een WIA-uitkering vanwege rug- en knieklachten. Het UWV kende hem een loongerelateerde WGA-uitkering toe, gebaseerd op een arbeidskundig onderzoek dat zijn beperkingen en geschiktheid voor ander passend werk vaststelde.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het UWV terecht geen loonsanctie oplegde aan de werkgever, omdat de re-integratie-inspanningen voldoende waren. Appellant ging in hoger beroep en betwistte dit oordeel, stellende dat hij geschikt was voor zijn oude functie en dat de werkgever onvoldoende had gere-integreerd.
De Raad oordeelt dat het UWV terecht concludeerde dat appellant niet geschikt was voor zijn oude functie vanwege beperkingen, en dat het arbeidskundig onderzoek zorgvuldig was. Echter, de Raad stelt vast dat de rechtbank ten onrechte een oordeel gaf over de re-integratie-inspanningen en het niet opleggen van een loonsanctie, terwijl het UWV hierover geen besluit had genomen en appellant geen aanvraag tot loonsanctie had ingediend.
Daarom vernietigt de Raad het deel van de uitspraak dat hierover oordeelt, bevestigt het overige en veroordeelt het UWV in de proceskosten van appellant. Tevens wordt het betaalde griffierecht aan appellant vergoed.
Uitkomst: De Raad vernietigt het oordeel over re-integratie-inspanningen en loonsanctie, bevestigt het overige en veroordeelt het UWV in proceskosten.