ECLI:NL:CRVB:2009:BK4736
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K. Zeilemaker
- M.C. Bruning
- T. van Peijpe
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag wegens onbekwaamheid na negatieve beoordeling ambtenaar politie
Appellant was sinds 2005 werkzaam als medewerker bij de politie en kreeg in 2007 een negatieve beoordeling over zijn functioneren in de periode 2006-2007. Na bezwaar werd deze beoordeling gehandhaafd en verleende de korpsbeheerder hem ontslag wegens onbekwaamheid of ongeschiktheid, anders dan op grond van ziels- of lichaamsgebreken.
De rechtbank verklaarde de beroepen tegen de besluiten ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat de besluitvorming onzorgvuldig was omdat geen nader onderzoek was gedaan naar de betwiste feiten. De Raad volgde de rechtbank in haar toetsingsmaatstaf en oordeelde dat de negatieve beoordeling niet op onvoldoende gronden berustte.
De Raad stelde vast dat appellant herhaaldelijk te laat was en dat hij tekortschiet in het naleven van werkvoorschriften, zoals celcontroles en het invoeren van gegevens. Getuigenverklaringen en rapportages bevestigden dit gedrag. Hoewel de korpsbeheerder erkende dat nader onderzoek naar een klacht van een vrouwelijke collega had moeten plaatsvinden, deed dit niet af aan de beoordeling.
De Raad concludeerde dat appellant voldoende verbeterkansen had gekregen maar deze niet had benut. De samenwerking met collega’s was ernstig verstoord, waardoor ontslag gerechtvaardigd was. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het ontslag van appellant wegens onbekwaamheid wordt bevestigd omdat zijn functioneren onvoldoende was en hij onvoldoende verbeterkansen heeft benut.