ECLI:NL:CRVB:2009:BK4636
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- J.J.A. Kooijman
- O.L.H.W.I. Korte
- Rechtspraak.nl
Herroeping beëindiging bijstandsuitkering wegens onterecht verblijf buitenland
Appellant ontving bijstand op grond van de WWB en verbleef met toestemming tijdelijk in het buitenland. Het College beëindigde de uitkering per 12 december 2006 omdat appellant volgens hen langer dan de toegestane 91 dagen buiten Nederland was geweest. Appellant betwistte dit en stelde dat hij zijn vakantie had uitgesteld en pas op 29 november 2006 naar het buitenland was vertrokken.
De Raad oordeelde dat het besluit van 12 december 2006 een belastend besluit is en dat het College de bewijslast draagt om aan te tonen dat appellant langer dan 13 weken buiten Nederland verbleef. Het College slaagde hier niet in, mede omdat geldopnamen in Nederland het verblijf van appellant in Nederland aantoonden en de stelling van het College dat iemand anders zijn pas gebruikte onvoldoende was onderbouwd.
Daarom werd het besluit van 12 december 2006 herroepen en het besluit van 29 maart 2007 vernietigd. Tevens werd het College veroordeeld tot het betalen van wettelijke rente over de vertraagde uitkering, maar niet tot vergoeding van overige schade zoals verlies van huurwoning of gezondheidsschade.
De Raad wees het verzoek om proceskostenvergoeding af omdat geen kosten voor vergoeding in aanmerking kwamen. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 17 november 2009.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van de bijstandsuitkering wordt herroepen en het College wordt veroordeeld tot betaling van wettelijke rente over de vertraagde uitkering.