ECLI:NL:CRVB:2009:BK4270
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- J.J.A. Kooijman
- O.L.H.W.I. Korte
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens gezamenlijke huishouding
Appellante ontving algemene bijstand van 1 april 1986 tot 1 februari 2006. Naar aanleiding van een anonieme melding startte de sociale recherche een onderzoek naar het samenwonen met haar ex-echtgenoot. Dit leidde tot een besluit van het College van burgemeester en wethouders van Tiel om de bijstand over de periode van 1 april 1986 tot 31 januari 2006 in te trekken en de kosten terug te vorderen.
Het College beperkte later de intrekking en terugvordering tot de periode van 1 januari 2000 tot en met 31 januari 2006, omdat in die periode sprake was van een gezamenlijke huishouding zoals bedoeld in de WWB. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond.
In hoger beroep stond alleen ter discussie of appellante en haar ex-echtgenoot in de periode van 1 januari 2000 tot 1 februari 2005 hun hoofdverblijf hadden in dezelfde woning. De Raad oordeelde dat er voldoende feitelijke grondslag was, mede gebaseerd op verklaringen aan de sociale recherche, en bevestigde het oordeel van de rechtbank.
De Raad wees het hoger beroep af en bevestigde de intrekking en terugvordering van de bijstand. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de intrekking en terugvordering van bijstand wordt bevestigd.