ECLI:NL:CRVB:2009:BK4109
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering verhoging WAO-uitkering wegens beperkingen rugtumor buiten verzekering
Appellante ontving sinds 1 november 2002 een WAO-uitkering vanwege psychische klachten. Later ontstonden bij haar lichamelijke beperkingen door een rugtumor, waarvoor zij in augustus 2004 werd geopereerd. Het UWV weigerde een verhoging van de WAO-uitkering omdat deze beperkingen waren ontstaan in de periode dat appellante alleen verzekerd was op grond van artikel 7b van de WAO.
De rechtbank had het bezwaar van appellante tegen het besluit van het UWV gegrond verklaard wegens onvoldoende arbeidskundige motivering, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. In hoger beroep werd betoogd dat de lichamelijke beperkingen en haar geringe lichaamslengte een verhoging van de uitkering rechtvaardigden.
De Raad oordeelde dat de lichamelijke beperkingen niet tot een verhoging kunnen leiden omdat deze buiten de verzekering vielen. Tevens werd geoordeeld dat de lichaamslengte van 1,50 meter geen belemmering vormt voor het verrichten van de geselecteerde functies. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De WAO-uitkering wordt niet verhoogd omdat de lichamelijke beperkingen buiten de verzekering vallen en de lengte van appellante geen belemmering vormt.