ECLI:NL:CRVB:2009:BK4035
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van terugwerkende kracht aanvullende beurs op grond van Wsf 2000
Appellante diende op 1 april 2008 een aanvraag in voor een aanvullende beurs met ingang van die datum. De IB-Groep kende haar deze beurs toe, maar weigerde een terugwerkende toekenning vanaf 1 september 2005, de startdatum van haar studie. Appellante voerde aan dat zij destijds niet correct geïnformeerd was door de IB-Groep, waardoor zij geen aanvullende beurs had aangevraagd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat artikel 3.21 van de Wsf 2000 geen terugwerkende toekenning toestaat en dat de hardheidsclausule in artikel 11.5 Wsf 2000 niet van toepassing was. In hoger beroep herhaalde appellante haar stellingen en verzocht zij tevens om vergoeding van kosten, maar kon geen bewijs leveren dat de informatie destijds onjuist was.
De Raad overwoog dat de aanvraag per 1 april 2008 correct was en dat de IB-Groep het bezwaar ten onrechte als een aanvraag tot terugwerkende kracht had opgevat. De Raad vond dat appellante onvoldoende had onderbouwd dat de IB-Groep onjuiste informatie had verstrekt en dat de hardheidsclausule niet toegepast kon worden. Het hoger beroep faalde en de aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat een aanvullende beurs niet met terugwerkende kracht kan worden toegekend en wijst het hoger beroep van appellante af.