ECLI:NL:CRVB:2009:BK3704
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- P.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging loonsanctie wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen door werkgever
In deze zaak staat de vraag centraal of het UWV terecht het recht op loon tijdens ziekte voor de werknemer met 52 weken heeft verlengd wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen door de werkgever. De werkgever had onvoldoende activiteiten ontplooid om de werknemer te herplaatsen bij een andere werkgever (het tweede spoor).
De Raad overwoog dat de verantwoordelijkheid voor re-integratie bij de werkgever ligt, zoals neergelegd in artikel 7:658a BW en artikel 25 Wet Pro WIA. De werkgever mocht niet vertrouwen op haar eigen deskundige en had voldoende duidelijkheid over de noodzaak tot re-integratie in het tweede spoor. Diverse medische en arbeidsdeskundige rapportages bevestigden dat terugkeer in het eigen werk niet mogelijk was en dat werkhervatting bij een andere werkgever noodzakelijk was.
De Raad concludeerde dat de werkgever zonder deugdelijke grond onvoldoende re-integratie-inspanningen heeft verricht en dat de loonsanctie terecht is opgelegd. De eerdere uitspraak van de rechtbank Arnhem werd bevestigd en de werkgever werd niet in het gelijk gesteld. Proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: De loonsanctie van 52 weken verlenging loon tijdens ziekte wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen wordt bevestigd.