ECLI:NL:CRVB:2009:BK3701
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.J. Goorden
- A.A.H. Schifferstein
- P.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten UWV over intrekking WAO- en Ziektewetuitkeringen en opdracht tot nieuw besluit
Appellante kreeg haar WAO-uitkering ingetrokken per 24 mei 2006 vanwege een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%, en haar Ziektewetuitkering beëindigd per 18 oktober 2007. Beide besluiten werden door het UWV gehandhaafd na bezwaar en door de rechtbanken ongegrond verklaard in beroep.
In hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep stelde het UWV dat het oorspronkelijke besluit tot intrekking van de WAO-uitkering onjuist was omdat appellante op de relevante datum 80 tot 100% arbeidsongeschikt was. Dit impliceerde dat ook het besluit tot beëindiging van de Ziektewetuitkering onjuist was. De Raad vernietigde daarom beide besluiten en de eerdere uitspraken van de rechtbanken en beval het UWV een nieuw besluit te nemen op de bezwaren.
De Raad wees tevens de proceskosten toe aan appellante en bepaalde dat het UWV het betaalde griffierecht moest vergoeden. Verzoeken tot schadevergoeding in de vorm van wettelijke rente werden niet toegewezen, omdat eerst nadere besluitvorming door het UWV noodzakelijk is.
De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 18 november 2009 na behandeling van de samengevoegde zaken 08/911 WAO en 08/7335 ZW.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt de besluiten van het UWV en beveelt een nieuw besluit op bezwaar te nemen.