ECLI:NL:CRVB:2009:BK3686

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
18 november 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09-1287 WAO
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Herziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:88 AwbArt. 21 BeroepswetArt. 8:75 Awb
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek om herziening uitspraak WAO wegens ontbreken nieuwe feiten

Verzoeker heeft bij de Centrale Raad van Beroep verzocht om herziening van de uitspraak van 7 januari 2009 betreffende zijn WAO-aanspraken. Het verzoek was gebaseerd op vermeende evidente onjuistheid, foutieve uitleg van jurisprudentie en nieuwe feiten en omstandigheden.

De Raad heeft overwogen dat een herziening alleen mogelijk is indien er nieuwe feiten of omstandigheden zijn zoals bedoeld in artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Na beoordeling van het aanvullend verzoekschrift en het overgelegde stuk van het Instituut Psychosofia concludeert de Raad dat er geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn die herziening rechtvaardigen.

Daarom is het verzoek om herziening afgewezen. Tevens is overwogen dat geen gronden aanwezig zijn voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb. De beslissing is genomen door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep en uitgesproken in het openbaar op 18 november 2009.

Uitkomst: Het verzoek om herziening van de WAO-uitspraak wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.

Uitspraak

09/1287 WAO
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
Als bedoeld in artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet op het verzoek om herziening van:
[Verzoeker], wonende te [woonplaats] (hierna: verzoeker),
van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 7 januari 2009 (07/3733 WAO),
in het geding in hoger beroep tussen:
verzoeker
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 18 november 2009
I. PROCESVERLOOP
Namens verzoeker heeft mr. W.C. de Jonge, advocaat te Vlaardingen, verzocht om herziening van de uitspraak van de Raad van 7 januari 2009 (07/3733 WAO).
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het geding is ter behandeling aan de orde gesteld op de zitting van 7 oktober 2009, waar partijen – het Uwv met bericht – niet zijn verschenen.
II. OVERWEGINGEN
1. Verzoeker heeft verzocht om “herziening op grond van evidente onjuistheid, foutieve uitleg van de eigen jurisprudentie en op grond van nieuwe feiten en omstandigheden”. Verzoeker is van mening dat zijn aanspraken bij de bestreden uitspraak niet naar behoren zijn erkend. De gronden van het verzoek zijn uiteengezet in het aanvullend verzoekschrift van 16 april 2009 en het daarbij overgelegde stuk van Instituut Psychosofia van 9 april 2009.
2.1. De Raad overweegt dat de door de gemachtigde van verzoeker gewenste hernieuwde discussie over de betrokken zaak en de juistheid van de bestreden uitspraak niet kan worden gevoerd, tenzij sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 8:88, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.2. De Raad acht echter noch in het aanvullend verzoekschrift, noch in het stuk van Instituut Psychosofia van 9 april 2009 enig nieuw feit of enige nieuwe omstandigheid als bedoeld in artikel 8:88 van Pro de Awb gelegen. Daarom dient het verzoek om herziening te worden afgewezen.
3. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Awb.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Wijst het verzoek om herziening af.
Deze uitspraak is gedaan door C.P.J. Goorden als voorzitter en A.A.H. Schifferstein en P.J. Jansen als leden, in tegenwoordigheid van J.M. Tason Avila als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 18 november 2009.
(get.) C.P.J. Goorden.
(get.) J.M. Tason Avila.
JL