ECLI:NL:CRVB:2009:BK3347
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging betalingsbeslissing AOW na beslaglegging ondanks betwisting adres
Appellant, geboren in 1936, ontving een AOW-pensioen van de Sociale Verzekeringsbank (Svb). Op 30 mei 2006 werd executoriaal beslag gelegd op zijn AOW-uitkering door gerechtsdeurwaarders, gebaseerd op meerdere dwangbevelen van de Officier van Justitie. De Svb verlaagde daarop het pensioenbedrag conform het beslag. Appellant maakte bezwaar tegen deze verlaging en stelde dat het beslag ongeldig was omdat het beslagexploit aan een oud adres was betekend, terwijl hij op een ander adres woonde.
De rechtbank Arnhem verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad overwoog dat de Svb gehouden is medewerking te verlenen aan het beslag en dat de beoordeling van de geldigheid van het beslag niet binnen de bevoegdheid van het bestuursorgaan valt, maar bij de burgerlijke rechter. Appellant had de mogelijkheid gehad om een civiele procedure te starten om het beslag te laten opheffen, maar had daarvan geen gebruik gemaakt.
De Raad concludeerde dat de Svb binnen het kader van het beslag is gebleven bij het nemen van haar betalingsbeslissing en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de Svb terecht medewerking verleent aan het beslag en wijst het hoger beroep af.