ECLI:NL:CRVB:2009:BK3058
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV om geen WIA-uitkering toe te kennen per 26 oktober 2006. De rechtbank Breda verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het medische en arbeidskundige onderzoek zorgvuldig en volledig was uitgevoerd. De verzekeringsartsen hadden een volledig beeld van de gezondheidstoestand van appellante en motiveerden dat er geen sprake was van volledige arbeidsongeschiktheid.
De arbeidsdeskundige had de geschiktheid van functies als inpakker en productiemedewerker voldoende toegelicht, waardoor de rechtbank overtuigd was van de passendheid van deze functies voor appellante. In hoger beroep herhaalde appellante haar bezwaren, waaronder een urenbeperking tot 15 uur per week, maar kon dit niet met nieuwe medische gegevens onderbouwen.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en bevestigde de aangevallen uitspraak. Er was geen aanleiding om het bestreden besluit te vernietigen of de proceskosten te vergoeden. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken op 11 november 2009.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens onvoldoende medische en arbeidskundige grondslag voor volledige arbeidsongeschiktheid.