ECLI:NL:CRVB:2009:BK2828
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verhaalsbesluit eigen risicodrager WAO ondanks financiële gevolgen
Appellante, eigen risicodrager voor de WAO sinds 1 juli 2004, werd geconfronteerd met een verhaalsbesluit van het UWV waarbij zij de WAO-uitkering van een voormalig werknemer over de periode 1 juli 2004 tot 1 januari 2007 moest overnemen. Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, onder meer vanwege een ondeugdelijke garantieverklaring van haar particuliere verzekeraar en de vaststelling van de eerste arbeidsongeschiktheidsdag.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat het bezwaar tegen het verhaalsbesluit niet ziet op de toerekening van de WAO-uitkering, die formele rechtskracht heeft gekregen. De rechtbank vond dat het UWV op grond van dwingendrechtelijke bepalingen verplicht was de uitkering te verhalen en dat appellante voldoende kennis had van het risico.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad benadrukte dat de financiële gevolgen van het eigen risicodragerschap geen reden zijn om af te wijken van dwingendrechtelijke bepalingen. Tevens oordeelde de Raad dat het verzoek van appellante om terug te keren naar het publieke bestel onterecht in de beoordeling van het verhaalsbesluit was betrokken en dat dit verzoek apart moet worden behandeld.
De Raad concludeerde dat het hoger beroep niet kan slagen en bevestigde de uitspraak van de rechtbank, waarmee het verhaalsbesluit ongewijzigd blijft.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verhaalsbesluit van het UWV wordt bevestigd.