ECLI:NL:CRVB:2009:BK2503
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- H.C.P. Venema
- J.L.P.G. van Thiel
- Rechtspraak.nl
Beëindiging van vervoersvoorziening driewielfiets op grond van Wvg en Wmo
Appellante, met een heupafwijking en een dubbele beenbreuk, kreeg in 1999 een driewielfiets toegekend op grond van de Wet voorzieningen gehandicapten (Wvg). Na een herbeoordeling in 2007 besloot het College de voorziening te beëindigen, gebaseerd op een advies van het CIZ dat appellante adequaat gebruik kan maken van een tweewieler.
Appellante maakte bezwaar en voerde medische beperkingen aan, waaronder pijnklachten en angst om te vallen. Het College handhaafde het besluit na een aanvullend medisch advies. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Raad bevestigt dit oordeel in hoger beroep.
De Raad oordeelt dat het overgangsrecht van de Wmo van toepassing is, maar dat het toetsingskader van de Wvg geldt voor het besluit van vóór 1 januari 2008. De medische rapporten van het CIZ zijn zorgvuldig en de verklaringen van de huisarts bieden onvoldoende objectieve grondslag om de beëindiging te verwerpen.
De Raad concludeert dat het College terecht de voorziening beëindigde en bevestigt de uitspraak van de rechtbank zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van de driewielfietsvoorziening wordt bevestigd omdat appellante niet objectief medisch is aangewezen op deze voorziening.