ECLI:NL:CRVB:2009:BK2501
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- H.C.P. Venema
- Rechtspraak.nl
Geen aanspraak op tandheelkundige implantaten wegens onvoldoende ernstige kaakresorptie
Appellante verzocht om vergoeding van vier implantaten in de bovenkaak vanwege ernstige klachten met haar gebitsprothese. Ohra wees de aanvraag af omdat niet voldaan werd aan de criteria van een zeer ernstig geslonken tandeloze kaak zoals bedoeld in de Regeling tandheelkundige hulp ziekenfondsverzekering.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarna hoger beroep werd ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad liet een deskundige, professor Ten Bruggenkate, een onderzoek uitvoeren. Deze concludeerde dat appellante anatomisch gezien niet viel onder de categorie van een zeer ernstig geslonken kaak, maar in klasse Cawood IV, waarbij de klachten wel reëel zijn maar niet voldoen aan de vereiste criteria.
De Raad oordeelde dat het stelsel van aanspraken limitatief is en dat er geen ruimte is voor een extensieve interpretatie. De bevindingen van de onafhankelijke deskundige werden gevolgd omdat appellante geen medische informatie aanleverde die deze bevindingen betwistte. Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Appellante heeft geen aanspraak op vergoeding van tandheelkundige implantaten wegens onvoldoende ernstige kaakresorptie.