ECLI:NL:CRVB:2009:BK2033
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAZ-uitkering ondanks psychische klachten
Appellant had bezwaar gemaakt tegen de verlaging van zijn WAZ-uitkering door het UWV, waarbij zijn arbeidsongeschiktheid was vastgesteld tussen 35 en 45%. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de medische situatie juist was ingeschat. Appellant voerde in hoger beroep aan dat onvoldoende rekening was gehouden met zijn psychische klachten en dat het verzekeringsgeneeskundig protocol depressieve stoornis toegepast had moeten worden.
De Raad overwoog dat het protocol pas vanaf 1 juli 2007 van toepassing was, terwijl de beoordeling plaatsvond vóór die datum, zodat het beroep daarop niet slaagde. Tevens werd vastgesteld dat de functies die appellant kon vervullen passend waren, mede gelet op de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) en de rapportages van verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen.
De Raad concludeerde dat de belastbaarheid van appellant niet werd overschreden door de voorgehouden functies en dat er geen aanleiding was om het eerdere oordeel te herzien. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd, waarmee de verlaging van de WAZ-uitkering gehandhaafd bleef.
Uitkomst: De verlaging van de WAZ-uitkering wordt bevestigd, met voldoende rekening gehouden met psychische klachten.