ECLI:NL:CRVB:2009:BK1736
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- R.C. Stam
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Voortzetting WAO/WAZ-uitkering wegens onvoldoende arbeidskundige grondslag en niet-ontvankelijkheid bezwaarschrift
Appellant, voormalig zelfstandig installateur, kreeg sinds 29 augustus 2001 een WAO/WAZ-uitkering wegens ernstige hartklachten. Het UWV trok deze uitkering per 2 januari 2006 in, stellende dat appellant weer geschikt was voor gangbare functies met minder dan 15% arbeidsongeschiktheid. Appellant maakte bezwaar en kreeg gedeeltelijk gelijk met een herziening naar 25-35% arbeidsongeschiktheid.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het intrekkingsbesluit niet-ontvankelijk en oordeelde dat het UWV onvoldoende had gemotiveerd dat appellant de geduide functies kon verrichten. In hoger beroep bevestigde de Raad dat de bezwaararbeidsdeskundige onvoldoende rekening had gehouden met het aspect temperatuurwisselingen bij chauffeursfuncties, waardoor onvoldoende functies resteren om de mate van arbeidsongeschiktheid te baseren. Daarom vernietigde de Raad het besluit van 11 juli 2007 en herroept de primaire besluiten van 2 november 2005, waardoor de uitkering wordt voortgezet in de klasse 80-100%.
Daarnaast werd een bezwaar tegen een besluit van 18 december 2007 niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening. Appellant stelde dat het bezwaarschrift tijdig per fax was verzonden, maar dit kon niet aannemelijk worden gemaakt. De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank en veroordeelde het UWV in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WAO/WAZ-uitkering wordt vernietigd en de uitkering wordt voortgezet; het bezwaar tegen een latere beslissing wordt niet-ontvankelijk verklaard.