ECLI:NL:CRVB:2009:BK1561
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- P.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na herbeoordeling arbeidsongeschiktheid
Appellante maakte bezwaar tegen de herziening en intrekking van haar WAO-uitkering door het Uwv, waarbij haar arbeidsongeschiktheid was vastgesteld tussen 45-55% en later op minder dan 15% werd gesteld. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens procedurele onzorgvuldigheden, maar liet de rechtsgevolgen in stand omdat het besluit inhoudelijk juist werd geacht.
In hoger beroep voerde appellante aan dat de systematiek van beoordeling en het Schattingsbesluit 2004 onrechtmatig waren, dat haar medische beperkingen werden onderschat en dat de geselecteerde functies ongeschikt waren. Tevens stelde zij dat het verbod van reformatio in peius was geschonden.
De Raad verwierp deze gronden, bevestigde eerdere jurisprudentie dat het Schattingsbesluit 2004 niet in strijd is met het EVRM of het gelijkheidsbeginsel, en oordeelde dat de medische onderbouwing en functietoekenning deugdelijk waren. De Raad stelde vast dat appellante voldoende gelegenheid had gehad tot wederhoor en dat het verbod van reformatio in peius niet was geschonden.
De Raad bevestigde daarmee de inhoudelijke juistheid van het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering en wees een veroordeling van het Uwv in proceskosten af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering van appellante.