ECLI:NL:CRVB:2009:BK1529
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- H.J. de Mooij
- F.A.M. Stroink
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende medische beoordeling
Appellant, woonachtig in Marokko en voormalig werknemer in Nederland, vroeg een WAO-uitkering aan wegens arbeidsongeschiktheid. Het UWV weigerde deze uitkering omdat niet was vastgesteld dat appellant tijdens een verzekerde periode arbeidsongeschikt was geworden. De Raad oordeelde dat het UWV ten onrechte geen medische beoordeling had uitgevoerd over de situatie vanaf 18 augustus 1994, een datum die relevant was voor het vaststellen van de arbeidsongeschiktheid.
Appellant had zich in 1994 ziekgemeld bij de CNSS en was medisch gecontroleerd, maar de ziekmelding werd niet als aanvraag voor een arbeidsongeschiktheidsuitkering beschouwd. Ook een latere aanvraag in 1998 werd door het UWV als ziekmelding beoordeeld en afgewezen. De Raad kwalificeerde de brief van 3 februari 2003 als de eerste aanvraag voor een WAO-uitkering, waarbij appellant een medische verklaring overlegde die zijn aandoeningen beschreef.
De Raad stelde dat het UWV een nieuw besluit moet nemen waarbij de medische situatie op en na 18 augustus 1994 expliciet wordt beoordeeld. Tevens is vastgesteld dat de vertraging in de aanvraag voor rekening en risico van appellant komt. De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt vernietigd en het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met een medische beoordeling vanaf 18 augustus 1994.