ECLI:NL:CRVB:2009:BK1464
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.M. van de Kerkhof
- H. Bedee
- B. Barentsen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering na medisch en arbeidskundig onderzoek
Appellant, laatstelijk werkzaam als uitbener, ontving sinds 1988 een WAO-uitkering wegens rechterhandklachten. Na heronderzoek in 2006 stelde het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid bij naar 25-35%, wat later werd verhoogd naar 45-55% na bezwaar. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en benoemde een onafhankelijke neuroloog die de functionele beperkingen bevestigde.
De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank en ziet geen aanleiding om te twijfelen aan de medische bevindingen en de functionele mogelijkhedenlijst (FML). De door appellant ingebrachte verklaring van zijn revalidatiearts werpt geen ander licht op zijn situatie. De Raad verwijst naar eerdere jurisprudentie omtrent verborgen beperkingen en concludeert dat de arbeidskundige rapportages voldoende inzicht bieden in de geschiktheid van de functies.
De Raad acht aannemelijk dat de functies qua niveau passend zijn voor appellant. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening van de WAO-uitkering bevestigd.