ECLI:NL:CRVB:2009:BK1453
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.M. van de Kerkhof
- H. Bedee
- B. Barentsen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant, die sinds een verkeersongeval in 1998 klachten heeft, vroeg een WAO-uitkering aan die door het UWV werd geweigerd wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid. Na eerdere vernietiging van een bezwaarbesluit, handhaafde het UWV het besluit na nieuw onderzoek. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, oordelend dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat appellant geen nieuwe medische gegevens had aangeleverd die een hogere arbeidsongeschiktheid zouden aantonen.
Appellant stelde in hoger beroep dat het UWV onvoldoende medisch onderzoek had gedaan, met name door het niet opvragen van informatie bij behandelend artsen en het nalaten van een nieuw onderzoek na eerdere vernietiging. Tevens voerde hij aan dat zijn psychische klachten onderschat waren en dat hij niet in staat was passende arbeid te verrichten.
De Raad volgde appellant niet en bevestigde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was, mede gebaseerd op rapportages van specialisten en verzekeringsartsen. Er waren geen aanwijzingen dat het UWV aanvullende informatie had moeten opvragen. De psychische klachten werden niet als ernstig aangemerkt op de datum in geding, mede omdat appellant pas later melding maakte van deze klachten zonder onderbouwing van ernst en periode.
De Raad achtte de functies waarop de arbeidsongeschiktheid werd gebaseerd medisch geschikt voor appellant. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WAO-uitkering bevestigd.