ECLI:NL:CRVB:2009:BK1203
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- J.F. Bandringa
- H.C.P. Venema
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bijzondere bijstand en vernietiging uitspraak inzake fietsvergoeding
Appellant, bijstandsgerechtigde, verzocht bijzondere bijstand voor diverse kosten waaronder zwemlessen, vakantie, reparaties en aanschaf van een fiets. Het College wees meerdere aanvragen af, waarna appellant beroep instelde bij de rechtbank en vervolgens hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad oordeelt dat appellant geen nieuwe feiten of omstandigheden heeft gesteld die afwijken van eerdere afwijzingen, waardoor het College terecht de aanvragen kon afwijzen op grond van artikel 4:6 Awb Pro. Bij de beoordeling van de kosten voor zwemlessen, vakantie en reparaties concludeert de Raad dat deze niet voortvloeien uit bijzondere omstandigheden zoals vereist voor bijzondere bijstand onder artikel 35 WWB Pro.
Ten aanzien van de fiets wijst de Raad erop dat het College op 14 augustus 2007 wel bijzondere bijstand heeft toegekend, maar dat de rechtbank dit besluit ten onrechte niet heeft betrokken. Hierdoor wordt het beroep tegen het besluit van 5 maart 2007 voor zover het de fiets betreft niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep tegen het besluit van 14 augustus 2007 wordt ongegrond verklaard omdat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het toegekende bedrag ontoereikend is.
De Raad bevestigt de overige onderdelen van de aangevallen uitspraak en bepaalt dat het betaalde griffierecht aan appellant wordt vergoed.
Uitkomst: De Raad vernietigt de uitspraak voor de fietsvergoeding, verklaart het beroep tegen het eerdere besluit niet-ontvankelijk en verklaart het beroep tegen het latere besluit ongegrond.