ECLI:NL:CRVB:2009:BK0974
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- A.A.H. Schifferstein
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing hernieuwde aanvraag WAO-uitkering wegens niet binnen vijfjaarstermijn
Betrokkene, aan wie in 1987 een WAO-uitkering was toegekend, zag deze in 1998 worden ingetrokken vanwege vermindering van arbeidsongeschiktheid. In 2005 vroeg hij de WAO-uitkering te hervatten wegens vermeende toegenomen arbeidsongeschiktheid vanaf eind 2003. Het UWV wees dit af omdat de toename buiten de vijfjaarstermijn van artikel 43a WAO viel.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen eerdere besluiten niet-ontvankelijk en wees het beroep tegen het laatste besluit af. In hoger beroep stelde betrokkene dat zijn beperkingen al vanaf februari/maart 2001 waren toegenomen en dat het verzekeringsgeneeskundig protocol voor angststoornissen niet was toegepast.
De Raad oordeelde dat de medische gegevens onvoldoende onderbouwing boden voor een toegenomen beperking vanaf 2001 en dat het protocol pas vanaf oktober 2007 van toepassing was. Ook was het arbeidskundig onderzoek niet verplicht. De vermeende toename eind 2003 viel buiten de vijfjaarstermijn, waardoor toekenning niet mogelijk was. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De hernieuwde aanvraag WAO-uitkering wordt afgewezen omdat de vermeende toename van arbeidsongeschiktheid buiten de vijfjaarstermijn valt en onvoldoende medisch is onderbouwd.