ECLI:NL:CRVB:2009:BK0562
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering voortzetting Ziektewet-uitkering na medische beoordeling
Appellant ontving aanvankelijk een Ziektewet-uitkering vanaf 21 juni 2006. Het UWV besloot later dat appellant geen recht had op voortzetting van deze uitkering vanaf die datum, maar betaalde uit zorgvuldigheid tot 15 juli 2007. Appellant maakte bezwaar tegen deze beslissing.
De rechtbank oordeelde dat het UWV een verkeerde datum had gehanteerd en vernietigde het besluit, maar liet de rechtsgevolgen in stand omdat de medische situatie van appellant sinds juni 2006 niet wezenlijk was veranderd. In hoger beroep betoogde appellant dat er geen medisch onderzoek had plaatsgevonden voorafgaand aan de beëindiging van de uitkering en dat de rechtbank ten onrechte aansluiting zocht bij een rapportage van augustus 2007.
De Raad stelde vast dat appellant tot 15 juli 2007 een ZW-uitkering had en dat op die datum moest worden beoordeeld of hij geschikt was voor arbeid. Op basis van een aanvullend psychiatrisch rapport werd geconcludeerd dat er geen wezenlijke wijziging in zijn medische toestand was. Daarom was het UWV terecht in het weigeren van verdere ZW-uitkering na 15 juli 2007. De Raad bevestigde daarmee het bestreden vonnis en wees vergoeding van proceskosten af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant terecht geen Ziektewet-uitkering meer ontvangt per 15 juli 2007.