ECLI:NL:CRVB:2009:BJ9946
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Herziening intrekking WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid tussen 15 en 25 procent
Appellante, voormalig administratief medewerkster en freelance boekhoudkundige, meldde zich op 19 april 2002 arbeidsongeschikt vanwege bekken- en vermoeidheidsklachten. Haar WAO-uitkering, laatstelijk vastgesteld op 45-55% arbeidsongeschiktheid, werd op 9 oktober 2006 ingetrokken omdat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 15% zou bedragen.
Na bezwaar en nader onderzoek werd dit besluit op 29 januari 2007 gehandhaafd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het Uwv de functionele mogelijkheden en beperkingen van appellante voldoende had meegewogen en dat zij in staat was de geselecteerde functies te verrichten.
In hoger beroep betwist appellante dit oordeel en stelt dat haar klachten zijn onderschat en haar mogelijkheden overschat. De Raad volgt het oordeel van de onafhankelijke deskundige en de rechtbank, maar acht de functie van brandweer centralist ten onrechte meegenomen in de arbeidskundige schatting. Zonder deze functie resteert voldoende passend werk, waardoor appellante voor 15 tot 25% arbeidsongeschikt moet worden beschouwd.
De Raad vernietigt het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak, herroept het oorspronkelijke besluit van 9 oktober 2006 en bepaalt dat appellante recht heeft op een WAO-uitkering vanaf die datum. Tevens wordt het Uwv veroordeeld tot schadevergoeding in de vorm van wettelijke rente en vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd en appellante heeft recht op een WAO-uitkering bij een arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25 procent vanaf 5 december 2006.