ECLI:NL:CRVB:2009:BJ9329
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.C.P. Venema
- J.N.A. Bootsma
- M.I. ’t Hooft
- Rechtspraak.nl
Beoordeling indicatievaststellingen huishoudelijke verzorging en begeleiding op grond van AWBZ
Appellante, met diverse chronische aandoeningen, is op grond van de AWBZ geïndiceerd voor verschillende vormen van zorg, waaronder huishoudelijke verzorging, persoonlijke verzorging, verpleging en begeleiding. Na meerdere herindicaties en bezwaarprocedures heeft het CIZ de indicaties vastgesteld binnen de geldende beleidskaders.
De rechtbank had de toetsingsmaatstaf beperkt tot de redelijkheid van de indicatiestelling door het CIZ, wat de Centrale Raad van Beroep onjuist acht. De Raad stelt dat de bestuursrechter de uitleg van de toepasselijke regelgeving volledig moet toetsen en zo nodig moet corrigeren.
De Raad beoordeelt dat het CIZ terecht heeft vastgesteld dat voor huishoudelijke verzorging gebruik kan worden gemaakt van algemeen gebruikelijke voorzieningen zoals boodschappendiensten en maaltijdservices. Ook is de indicatie voor activerende begeleiding terecht niet toegekend vanwege het ontbreken van effectiviteit en de aard van de zorgbehoefte.
Voor ondersteunende begeleiding is de toegekende klasse passend geacht, mede gelet op de begeleiding die appellante ontvangt. Appellante heeft onvoldoende onderbouwd dat zij meer uren nodig heeft. Gezien deze overwegingen verklaart de Raad de beroepen ongegrond en wijst het verzoek tot schadevergoeding af.
Uitkomst: Het beroep tegen de indicatiebesluiten is ongegrond verklaard en het verzoek tot schadevergoeding afgewezen.