ECLI:NL:CRVB:2009:BJ9297

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
2 oktober 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08-7196 WAO
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 35 WAOArt. 8:75 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging beslissing UWV over ingangsdatum WAO-uitkering ondanks betwisting arbeidsongeschiktheid

Appellant stelde dat hij per 24 april 2000 volledig arbeidsongeschikt was en dat zijn WAO-uitkering eerder had moeten ingaan. Hij voerde lichamelijke en psychische klachten aan, ondersteund door een psychiatrisch rapport. De rechtbank Zutphen verklaarde het beroep ongegrond en stelde dat de medische gronden niet opnieuw beoordeeld konden worden vanwege formele rechtskracht van een eerdere uitspraak.

De Centrale Raad van Beroep bevestigde deze beoordeling. De Raad nam het standpunt van de rechtbank over dat de beperkingen als gevolg van knie- en psychische klachten reeds waren vastgesteld en dat appellant de geselecteerde functies (meteropnemer, printmonteur, stikster meubelkleding) volgens arbeidskundige en psychiatrische deskundigen kon verrichten.

Verder oordeelde de Raad dat het UWV terecht heeft besloten dat geen bijzonder geval als bedoeld in artikel 35, tweede lid, WAO zich voordeed, waardoor de ingangsdatum van de uitkering niet eerder kon worden vastgesteld. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.

Uitspraak

08/7196 WAO
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Zutphen van 10 november 2008, 07/786
(hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
(hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 2 oktober 2009
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. M.J. Klinkert, advocaat te Utrecht, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift en aanvullende stukken ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 21 augustus 2009, waar appellant is verschenen met mr. Klinkert, voornoemd. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M.H.A.H. Smithuysen.
II. OVERWEGINGEN
1. Voor een uitvoerig overzicht van de voor dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden verwijst de Raad naar hetgeen de rechtbank daaromtrent in de aangevallen uitspraak, gelet op de gedingstukken met juistheid, heeft weergegeven. De Raad volstaat hier met de vermelding dat het Uwv bij besluit op bezwaar van 17 maart 2008 (hierna: bestreden besluit) het bezwaar van appellant tegen het besluit van 3 december 2003 gegrond heeft verklaard. Bij het bestreden besluit heeft het Uwv bepaald dat appellant per 24 april 2000 voor 35 tot 45% arbeidsongeschikt wordt beschouwd ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) en op grond daarvan per 19 september 2002, één jaar voorafgaande aan zijn aanvraag van een WAO-uitkering, daarvoor in aanmerking wordt gebracht.
2. De rechtbank heeft het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.
3. Namens appellant is in hoger beroep aangevoerd dat hij per 24 april 2000 volledig arbeidsongeschikt is als gevolg van lichamelijke en psychische klachten en dat per die datum uitkering toegekend had moeten worden. Als gevolg van zijn psychische klachten was hij meer beperkt dan door de verzekeringsarts en de door de rechtbank ingeschakelde deskundige psychiater H.A. Drooglever Fortuyn is aangenomen. Ter ondersteuning is gewezen op het rapport van psychiater B.M.J. Hogenboom. Ten slotte zijn de in eerste aanleg aangevoerde gronden herhaald met betrekking tot de geschiktheid en de actualisatie van de functies.
4.1. De Raad overweegt allereerst met betrekking tot de omvang van het geding in hoger beroep het volgende. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank voorop gesteld dat, gelet op haar uitspraak van 5 maart 2007 (04/831), in dit geding dient te worden uitgegaan van de door het Uwv reeds aangenomen beperkingen als gevolg van knieklachten. Daarnaast onderschrijft de rechtbank de onderzoeksbevindingen van de deskundige Drooglever Fortuyn die bij appellant een persoonlijkheidsstoornis heeft vastgesteld, die aan te merken valt als een psychiatrische ziekte of gebrek. De Raad stelt vast dat appellant tegen de uitspraak van 5 maart 2007 geen rechtsmiddel heeft ingesteld, waarmee die uitspraak formele rechtskracht heeft gekregen. De medische gronden van het beroep van appellante kunnen daarom nu niet meer aan de orde komen. De rechtbank heeft terecht slechts geoordeeld of het Uwv op goede gronden heeft aangenomen dat appellant met de beperkingen, die hij als gevolg van de psychische klachten en knieklachten had, in staat kan worden geacht de functies te vervullen waarop het bestreden besluit is gebasseerd.
4.2. Met betrekking tot de arbeidskundige aspecten stelt de Raad vast dat de functies meteropnemer (sbc-code 315181), printmonteur/-monteuse (sbc-code 111180) en stikster meubelkleding (sbc-code 272040) aan de schatting ten grondslag liggen. De Raad is gelet op de gegeven arbeidskundige toelichtingen niet gebleken dat appellant de werkzaamheden behorende bij de geselecteerde functies niet zou kunnen verrichten. De Raad neemt hierbij in aanmerking dat rekening is gehouden met de onderzoeksbevindingen van de deskundige psychiater Drooglever Fortuyn, die de twee eerstgenoemde functies voor appellant geschikt heeft bevonden.
4.3. Voor wat betreft de stelling van appellant dat zijn uitkering eerder zou moeten ingaan dan één jaar voorafgaande aan zijn WAO-aanvraag, onderschrijft de Raad het oordeel van de rechtbank. Het Uwv heeft op goede gronden beslist dat zich geen bijzonder geval als bedoeld in artikel 35, tweede lid, van de WAO heeft voorgedaan.
4.4. De Raad is tot slot van oordeel dat het Uwv voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de functies ook al op 24 april 2000 in het systeem voorkwamen.
4.5. Het vorenstaande betekent dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak bevestigd dient te worden.
5. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door D.J. van der Vos als voorzitter en A.T. de Kwaasteniet en M. Greebe als leden, in tegenwoordigheid van A.L. de Gier als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 2 oktober 2009.
(get.) D.J. van der Vos.
(get.) A.L. de Gier.
EK