ECLI:NL:CRVB:2009:BJ9288
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging UWV-besluiten en instandhouding rechtsgevolgen arbeidsongeschiktheid
Appellant, voormalig hoofd bedrijfsbureau, kreeg een WAO-uitkering wegens nekklachten en duizeligheid. Het UWV stelde aanvankelijk de arbeidsongeschiktheid vast op 45-55%, maar na bezwaar en herbeoordeling werd dit standpunt bevestigd. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit vanwege onvoldoende onderbouwing van de arbeidskundige functies bij de schatting.
In hoger beroep stelde appellant dat zijn medische situatie was verslechterd en dat onduidelijkheid bestond over de arbeidskundige onderbouwing. De Raad beoordeelde de medische gegevens en vond de medische grondslag van het bestreden besluit verdedigbaar, maar constateerde dat het UWV later een nieuw besluit nam waarin de arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld op 65-80%.
Hoewel dit nieuwe besluit vernietigd moest worden vanwege het ontbreken van een tijdige motivering, besloot de Raad de rechtsgevolgen ervan in stand te laten. Tevens werden eerdere besluiten van het UWV vernietigd. De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Besluiten van het UWV worden vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het laatste besluit blijven in stand; het UWV wordt veroordeeld in proceskosten.