ECLI:NL:CRVB:2009:BJ9272
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- A.T. de Kwaasteniet
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant, werkzaam als schoonmaker, stopte medio 1994 wegens rugklachten met werken en ontving sindsdien een WAO-uitkering. Het UWV trok deze uitkering per 9 oktober 2006 in, omdat appellant volgens hen weer in staat was om passend werk te verrichten met een arbeidsongeschiktheidspercentage onder 15%.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze intrekking ongegrond. Appellant ging in hoger beroep en voerde aan dat zijn beperkingen waren onderschat, onderbouwd met medische informatie van diverse specialisten. Tevens stelde hij dat hij zich vanaf augustus 2007 weer volledig arbeidsongeschikt had gemeld.
De Raad stelde vast dat de medische gegevens geen aanleiding gaven om meer beperkingen toe te kennen dan reeds in de Functionele Mogelijkhedenlijst waren opgenomen. De diagnose Morbus Scheuerman werd als stabiel beoordeeld en de vermeende psychische stoornis werd niet bevestigd door behandeling of overtuigend bewijs. De latere verslechtering van de gezondheidssituatie was niet relevant voor de situatie per 9 oktober 2006.
De Raad concludeerde dat het UWV de WAO-uitkering terecht had ingetrokken en bevestigde het vonnis van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering per 9 oktober 2006 wordt bevestigd.