ECLI:NL:CRVB:2009:BJ9267
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- A.T. de Kwaasteniet
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking WAO-uitkering met in stand laten rechtsgevolgen
Appellante maakte bezwaar tegen de intrekking van haar WAO-uitkering per 5 april 2005, waarbij het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid op minder dan 15% had vastgesteld. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij zij het medisch oordeel van de verzekeringsarts en het neuropsychologisch onderzoek onvoldoende aanleiding vond om het besluit te vernietigen.
In hoger beroep voerde appellante aan dat het neuropsychologisch onderzoek van Van der Zwaag haar cognitieve tekorten objectief had vastgesteld en beriep zich op het verzekeringsgeneeskundig protocol Whiplash associated disorder I/II. De Raad oordeelde echter dat het protocol pas in 2009 in werking trad en niet van toepassing was op het besluit uit 2005. Tevens werd het neuropsychologisch rapport niet als voldoende medisch-specialistisch onderbouwd beschouwd.
Het UWV herstelde in hoger beroep de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) en de bezwaararbeidsdeskundige voorzag de functies van een uitgebreide toelichting. De Raad achtte deze functies medisch geschikt voor appellante. De Raad vernietigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, maar liet de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand, waardoor de intrekking van de WAO-uitkering bleef gelden.
Daarnaast wees de Raad het verzoek tot vergoeding van schade af en veroordeelde het UWV in de proceskosten van appellante in beroep en hoger beroep. Het betaalde griffierecht werd eveneens aan appellante vergoed.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering blijft in stand ondanks vernietiging van het besluit en de uitspraak, met veroordeling van het UWV in proceskosten.