ECLI:NL:CRVB:2009:BJ9261
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- A.T. de Kwaasteniet
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering en beoordeling arbeidsongeschiktheid na medische en arbeidskundige herbeoordeling
Appellante, werkzaam als medewerkster netwerkbeheer/helpdesk, viel in 2001 uit wegens lichamelijke en later psychische klachten. Het Uwv kende haar een WAO-uitkering toe met een arbeidsongeschiktheid van 80-100%, die in 2003 werd herzien naar 45-55% met een urenbeperking van 20 uur per week. In 2005 werd de uitkering ingetrokken na een nieuwe beoordeling, waarna appellante bezwaar maakte en beroep instelde.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en oordeelde dat de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) onvoldoende rekening hield met beperkingen, waaronder een urenbeperking die verder ging dan het Uwv aannam. Het Uwv stelde daarop een nieuw besluit vast met een arbeidsongeschiktheid van 55-65% en een urenbeperking van 20 uur per week. Appellante voerde aan slechts 10 uur per week te kunnen werken.
De Raad overwoog dat er geen medische aanwijzingen waren voor een verslechtering sinds 2003 en dat de urenbeperking van 20 uur per week passend was. Ook concludeerde de Raad dat appellante ondanks dyslexie in staat was de functies uit te oefenen die in de FML waren opgenomen. De Raad vernietigde het besluit van 10 februari 2009 wegens onvoldoende motivering, maar liet de rechtsgevolgen daarvan in stand en veroordeelde het Uwv in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: De WAO-uitkering van appellante wordt vastgesteld op een arbeidsongeschiktheid van 55 tot 65% met ingang van 11 juli 2005, waarbij het Uwv in de proceskosten wordt veroordeeld.