ECLI:NL:CRVB:2009:BJ8740
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende verlies verdiencapaciteit
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om zijn WAO-uitkering per 30 maart 2007 in te trekken vanwege een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de belastbaarheid juist was vastgesteld.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn medische beperkingen waren onderschat en dat de functies waarop de arbeidsdeskundige de schatting baseerde niet geschikt voor hem waren, mede gezien zijn gebrek aan opleiding en lees- en schrijfvaardigheid. De Raad overwoog dat opleidingsniveaus slechts een globaal selectiecriterium zijn en dat de beoordeling van geschiktheid op individuele bekwaamheden berust.
De Raad concludeerde dat appellant geschikt is voor de voorgelegde functies, waaronder productiemedewerker voedingsmiddelenindustrie, industrie en zeilmaker, mede door de mogelijkheid van training on the job en eenvoudige werkinstructies. Het resterende verlies aan verdiencapaciteit blijft onder de 15%, zodat het hoger beroep niet slaagt en de intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat het verlies aan verdiencapaciteit minder dan 15% bedraagt.