ECLI:NL:CRVB:2009:BJ8665
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.G. Treffers
- A. Beuker-Tilstra
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag wegens ontucht met minderjarige in politieregio Flevoland
Appellant was sinds 2001 werkzaam bij de politieregio Flevoland en werd beschuldigd van ontucht met zijn stiefdochter, een minderjarige geboren in 1991. Na aangifte van seksueel misbruik werd hij in december 2005 verhoord in een strafrechtelijk onderzoek. Op basis van deze verklaringen legde de korpsbeheerder hem op 15 mei 2006 ontslag op wegens ernstig plichtsverzuim.
Appellant maakte bezwaar tegen het ontslag, maar dit werd ongegrond verklaard. De rechtbank bevestigde het ontslagbesluit, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep. In hoger beroep stelde appellant dat zijn verklaringen onder druk waren afgedwongen en daarom niet als bewijs mochten dienen.
De Raad oordeelde echter dat de bewijsgaring de toets der kritiek kan doorstaan, mede omdat appellant bij het eerste verhoor werd bijgestaan door een advocaat, hij van die bijstand bij het tweede verhoor afzag, en hij elke pagina van het proces-verbaal had geparafeerd. Er was geen sprake van ontoelaatbare druk of klachten over de verhooromstandigheden.
De Raad concludeerde dat de verklaringen als bewijs mogen worden gebruikt en bevestigde dat appellant zich schuldig heeft gemaakt aan ernstig plichtsverzuim. Het ontslag was daarom rechtmatig en niet onevenredig. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het ontslag van appellant wegens ontucht met een minderjarige wordt bevestigd als rechtmatig en proportioneel.