ECLI:NL:CRVB:2009:BJ8463
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.J. Goorden
- H. Bedee
- A.A.H. Schifferstein
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geschiktheid voor functie ophanger/afnemer als maatstaf voor arbeid in Ziektewet
Appellant, die sinds 30 augustus 2005 wegens angst- en spanningsklachten ziekgemeld is, kreeg op 27 april 2006 het besluit dat hij niet langer ongeschikt werd geacht voor zijn arbeid volgens artikel 19 Ziektewet Pro. Dit besluit werd door het Uwv gehandhaafd na bezwaar. De rechtbank Breda verklaarde het beroep van appellant gegrond en vernietigde het besluit, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand.
In hoger beroep betoogde appellant dat het Uwv hem ten onrechte geschikt had geacht voor zijn arbeid en wees hij op een lopende procedure over de geschiktheid van passende functies in het kader van de WAO. De Raad overwoog dat volgens vaste jurisprudentie de arbeid die de verzekerde laatstelijk feitelijk verrichtte als maatstaf geldt, tenzij uitzonderingen van toepassing zijn, zoals bij langdurige ziekte en blijvende ongeschiktheid voor het oude werk.
De Raad concludeerde dat het Uwv terecht de functie van ophanger/afnemer passend heeft geacht en dat deze functie als maatstaf voor de arbeid in artikel 19 ZW Pro kan gelden. Het hoger beroep slaagt niet en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd voor zover aangevochten. Er worden geen proceskosten aan appellant toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd voor zover aangevochten.