ECLI:NL:CRVB:2009:BJ7895
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV van 8 februari 2007 waarin werd vastgesteld dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt is en daardoor geen recht heeft op een WIA-uitkering. De rechtbank Roermond heeft dit beroep ongegrond verklaard en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak in hoger beroep.
Appellante betwistte de medische beoordeling van de bezwaarverzekeringsarts, die zich baseerde op een rapport van de revalidatiearts Muitjens en andere medische gegevens, waaronder een MRI-scan en röntgenfoto's. Zij stelde dat haar behandelend reumatoloog een andere, zwaardere beperking had vastgesteld. De Raad concludeert echter dat de opvattingen van Muitjens en Mašek niet tegenstrijdig zijn en dat het UWV een volledig en juist beeld had van haar medische situatie.
Daarnaast voerde appellante aan dat de functies waarop haar arbeidsvermogen werd gebaseerd onvoldoende rekening hielden met haar beperkingen, zoals de noodzaak van rustmomenten en houdingswisselingen. De Raad oordeelt dat de functies wel degelijk aan deze voorwaarden voldoen en dat er geen aanwijzingen zijn dat het UWV deze rapportages onjuist heeft geïnterpreteerd.
De Raad vindt geen grond voor het oordeel dat appellante slechts vier uren per week kan werken en bevestigt het besluit dat zij niet arbeidsongeschikt genoeg is voor een WIA-uitkering. De aangevallen uitspraak wordt derhalve bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit dat appellante minder dan 35% arbeidsongeschikt is, wordt bevestigd.