ECLI:NL:CRVB:2009:BJ7880
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- H.C.P. Venema
- W.F. Claessens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens schending inlichtingsplicht bij overdracht auto’s
Appellant ontving bijstand vanaf 1 januari 2003. Na een bestandsvergelijking tussen RDW en het cliëntenbestand van de gemeente Heiloo werd vastgesteld dat appellant in de periode van december 2003 tot februari 2005 meerdere auto’s op zijn naam had staan die hij aan derden overdroeg. Deze transacties werden niet gemeld aan het College, waardoor de inlichtingsplicht werd geschonden.
Het College trok de bijstand over bepaalde maanden in en vorderde de kosten terug. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant gegrond en vernietigde het besluit, maar liet de rechtsgevolgen in stand. Appellant ging tegen dit deel in hoger beroep.
De Raad oordeelde dat appellant redelijkerwijs inkomsten uit de overdrachten had kunnen verwerven en dat het niet melden hiervan een schending van de inlichtingsplicht betekende. Het College was bevoegd de bijstand in te trekken en terug te vorderen. Er waren geen bijzondere omstandigheden om van het beleid af te wijken.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de aangevallen uitspraak voor zover deze was aangevochten en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens schending van de inlichtingsplicht door appellant.