ECLI:NL:CRVB:2009:BJ7710
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening voor verstrekking scootmobiel op grond van Wmo
Verzoeker, geboren in 1935 en met loopbeperkingen door neurologische en pulmonale aandoeningen, diende een aanvraag in voor een scootmobiel op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Het College wees dit af omdat verzoeker niet voldeed aan de beleidscriteria van een maximale loopafstand van tien meter en het vervullen van een maatschappelijke functie. Verzoeker maakte bezwaar en stelde beroep in tegen de besluiten, waarbij de voorzieningenrechter meerdere malen het College terugwees wegens ondeugdelijke motivering.
Het College bood als alternatief collectief vervoer aan via gele en blauwe taxikaarten, maar dit bleek niet adequaat voor de korte afstanden die verzoeker moest afleggen. De voorzieningenrechter oordeelde dat het College onvoldoende onderzoek had gedaan naar de persoonlijke beperkingen en vervoersbehoeften van verzoeker, zoals vereist op grond van de Wmo en de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De Raad bevestigde dat het primaat van collectief vervoer niet per definitie strijdig is met de Wmo, maar dat maatwerk noodzakelijk is. Het beleid dat alleen gehandicapten met een loopafstand van maximaal tien meter en een maatschappelijke functie in aanmerking komen voor een scootmobiel, werd als te beperkend beoordeeld. Gezien de ernst van de beperkingen van verzoeker en zijn vervoersbehoefte achtte de voorzieningenrechter het spoedeisend belang aanwezig en wees het verzoek om voorlopige voorziening toe, met de verplichting aan het College om binnen acht dagen een scootmobiel in bruikleen te verstrekken.
Uitkomst: Het College wordt verplicht binnen acht dagen een scootmobiel in bruikleen te verstrekken aan verzoeker.