ECLI:NL:CRVB:2009:BJ7689
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.J.A. Kooijman
- J.F. Bandringa
- O.L.H.W.I. Korte
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens niet gemelde bankrekening en kasstortingen
Appellante ontving sinds 8 juli 2002 een bijstandsuitkering. Uit onderzoek bleek dat zij een niet opgegeven bankrekening had waarop vanaf januari 2003 diverse kasstortingen plaatsvonden. Het College trok de bijstand met ingang van 1 januari 2003 in en vorderde de kosten terug tot 1 februari 2005.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep oordeelt de Raad dat appellante de inlichtingenplicht heeft geschonden door de bankrekening en kasstortingen niet te melden. Echter kan het recht op bijstand niet over de gehele periode worden ingetrokken, maar alleen over de maanden waarin kasstortingen plaatsvonden.
De Raad stelt vast dat de stortingen als inkomsten in de zin van de WWB moeten worden beschouwd en dat het College bevoegd is de bijstand over die maanden in te trekken en te herzien. Voor de overige maanden ontbreekt voldoende grond voor intrekking. De aangevallen uitspraak wordt vernietigd en het College wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen. Tevens wordt het College veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wordt vernietigd voor de gehele periode behalve voor de maanden met kasstortingen, waarvoor intrekking en herziening wel mogelijk is.