ECLI:NL:CRVB:2009:BJ7428
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- H.J. de Mooij
- F.A.M. Stroink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging gelijkmatige verdeling kinderbijslag bij co-ouderschap
Appellante en haar ex-echtgenoot zijn gescheiden en hebben co-ouderschap over hun drie kinderen, waaronder een jongste kind geboren in 1992. De kinderbijslag werd aanvankelijk aan appellante betaald, maar later deels aan haar ex-echtgenoot. In 2006 besloot de Sociale verzekeringsbank (Svb) de kinderbijslag gelijk te verdelen over beide ouders, omdat het kind ongeveer gelijk verdeeld bij beiden verbleef.
Appellante maakte bezwaar en voerde aan dat het kind vaker bij haar verbleef en dat zij meer kosten droeg. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat er sprake was van overwegend gelijke verzorging en onderhoud. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel, stellende dat de Svb terecht artikel 5a van het Samenloopbesluit toepaste.
De Raad concludeerde dat het kind ongeveer 46% van de tijd bij de ex-echtgenoot verbleef en 54% bij appellante, wat neerkomt op overwegend gelijke verzorging. Daarom is de kinderbijslag terecht gelijk verdeeld. Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de kinderbijslag wordt gelijk verdeeld aan appellante en haar ex-echtgenoot.