ECLI:NL:CRVB:2009:BJ7424
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- H.J. de Mooij
- F.A.M. Stroink
- Rechtspraak.nl
Beëindiging kinderbijslag wegens onvoldoende onderhoudsbijdrage voor in het buitenland verblijvende kinderen
Appellant, van Ghanese afkomst en woonachtig in Nederland, ontving kinderbijslag voor zijn in Ghana verblijvende kinderen. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) beëindigde de kinderbijslag vanaf het eerste kwartaal van 1997 op grond van het zogenoemde Ghanabesluit, omdat niet was aangetoond dat appellant de kinderen in belangrijke mate onderhield.
De Raad stelde vast dat appellant als vader volgens Nederlands internationaal privaatrecht als ouder wordt erkend en dat hij verantwoordelijk is voor het onderhoud van zijn kinderen. Echter, ondanks meerdere verzoeken heeft appellant niet op eenvoudig te controleren wijze kunnen aantonen dat hij de minimale onderhoudsbijdrage van fl. 740,- per kind per kwartaal heeft voldaan. De Svb hanteert het beleid dat betalingen via betalingsinstellingen moeten worden bewezen met zowel stortingsbewijzen als ontvangstbewijzen.
Appellant overhandigde slechts gedeeltelijk bewijs van stortingen, zonder corresponderende ontvangstbewijzen. Er was ook geen sprake van uitzonderlijke omstandigheden die normale betalingsverkeer onmogelijk maken. De rechtbank en de Raad oordeelden daarom dat het recht op kinderbijslag terecht is beëindigd. Het verzoek om schadevergoeding werd eveneens afgewezen. De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen wegens onvoldoende bewijs van onderhoudsbijdrage.