ECLI:NL:CRVB:2009:BJ7001

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
27 augustus 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08-311 WSW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • J.G. Treffers
  • G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
  • J.Th. Wolleswinkel
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 21a Wet SuwiArt. 4 Besluit uitvoering sociale werkvoorziening en begeleid werkenArt. 8:75 AwbAlgemene wet bestuursrecht
Verwijzingen
8 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen advies begeleid werken onder Wsw

Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen een advies van de raad van bestuur dat hij in aanmerking komt voor begeleid werken binnen de Wet sociale werkvoorziening (Wsw). De raad van bestuur verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk omdat het advies geen besluit is in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

De rechtbank Leeuwarden verklaarde het beroep van appellant tegen deze niet-ontvankelijkverklaring ongegrond. In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad benadrukt dat het advies van de raad van bestuur slechts een niet-bindend advies is aan het college van burgemeester en wethouders, dat de verantwoordelijkheid draagt voor het uiteindelijke besluit.

De Raad stelt dat uit het advies geen rechten of verplichtingen voor appellant voortvloeien en dat het daarom geen besluit is waartegen bezwaar kan worden gemaakt. Wel kan appellant zich later wenden tot het college van burgemeester en wethouders als hij verplichtingen krijgt opgelegd in het kader van begeleid werken. De Raad wijst het hoger beroep af en bevestigt de eerdere uitspraak.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar wordt bevestigd.

Uitspraak

08/311 WSW
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellant], wonende te [woonplaats], (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Leeuwarden van 7 december 2007, 07/1664 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van Bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen als rechtsopvolger van de raad van bestuur van de Centrale organisatie werk en inkomen (hierna: raad van bestuur)
Datum uitspraak: 27 augustus 2009
I. PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
De raad van bestuur heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft, gevoegd met het geding 07/5469 WSW, plaatsgevonden op 16 juli 2009. Appellant is niet verschenen, zoals tevoren bericht. De raad van bestuur heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. R.L.A.M. Stapert, werkzaam bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv).Na de behandeling ter zitting zijn de zaken gesplitst; thans wordt in deze zaak afzonderlijk uitspraak gedaan.
II. OVERWEGINGEN
1. Met ingang van 1 januari 2009 is krachtens de Wet van 29 december 2008 tot wijziging van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen (Wet Suwi) en enkele andere wetten in verband met de evaluatie van deze wet, de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen en deregulering, Stb. 2008, 600, de Raad van bestuur van het Uwv in de plaats getreden van de Raad van bestuur van de Centrale organisatie werk en inkomen (CWI). Waar in deze uitspraak sprake is van raad van bestuur, wordt daaronder in voorkomend geval (mede) verstaan de raad van bestuur van de CWI.
2. Voor een uitgebreidere weergave van de in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden wordt verwezen naar de aangevallen uitspraak. De Raad volstaat met het volgende.
2.1. Bij besluit van 10 april 2007 heeft de raad van bestuur appellant bericht dat hij behoort tot de doelgroep van de Wet sociale werkvoorziening (Wsw). Tevens is hierbij het advies gegeven dat appellant in aanmerking komt voor begeleid werken. Tegen dit advies heeft appellant bezwaar gemaakt. Bij het bestreden besluit van 1 juni 2007 heeft de raad van bestuur appellant niet-ontvankelijk verklaard in dit bezwaar omdat tegen het advies geen bezwaar kan worden gemaakt op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
3. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.
4. Naar aanleiding van hetgeen partijen in hoger beroep hebben aangevoerd, overweegt de Raad het volgende.
4.1. In de toepasselijke regelgeving, en met name in artikel 21a, eerste lid, van de Wet Suwi en artikel 4, eerste lid, en vijfde lid, aanhef en onder d, van het Besluit uitvoering sociale werkvoorziening en begeleid werken, is uitdrukkelijk neergelegd dat de raad van bestuur besluiten neemt over de indicatie op grond van de Wsw en adviseert of betrokkene in staat wordt geacht tot begeleid werken. Dat het bij dit laatste inderdaad om niet meer dan een niet bindend advies aan het college van burgemeester en wethouders gaat en dat dit college op dit punt de verantwoordelijkheid heeft, blijkt ook duidelijk uit de geschiedenis van de totstandkoming van de wijziging van de Wsw en de Wet Suwi (Tweede Kamer 2003-2004, 29225). In het bijzonder wijst de Raad op de memorie van toelichting, bladzijde 6, en de nota naar aanleiding van het eindverslag, bladzijden 7 en 15.
4.2. Gezien het vorenstaande is de Raad van oordeel dat uit een advies van het college van bestuur over begeleid werken noch voor het college van burgemeester en wethouders noch voor de betrokkene met een indicatie rechten of verplichtingen voortvloeien. De Raad deelt dan ook het oordeel van de raad van bestuur en de rechtbank dat dit advies niet een besluit betreft als bedoeld in de Awb. De Raad tekent hierbij nog aan dat zodra het college van burgemeester en wethouders de betrokkene in het kader van het zoeken van een werkplek, al dan niet in het kader van begeleid werken, verplichtingen oplegt, deze daartegen uiteraard voorziening krachtens de Awb kan vragen, waarbij ook de juistheid van het advies van de raad van bestuur aan de orde kan komen.
4.3. Hieruit volgt dat het hoger beroep niet slaagt en de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.
5. De Raad acht tot slot geen termen aanwezig toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Awb inzake vergoeding van proceskosten.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door J.G. Treffers als voorzitter en G.P.A.M. Garvelink-Jonkers en J.Th. Wolleswinkel als leden, in tegenwoordigheid van P.W.J. Hospel als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 27 augustus 2009.
(get.) J.G. Treffers.
(get.) P.W.J. Hospel.
HD