ECLI:NL:CRVB:2009:BJ6881
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.J.A. Kooijman
- J.F. Bandringa
- A.A.H. Schifferstein
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens niet-melding postbankrekening
Betrokkene ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Appellant, het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam, schortte het recht op bijstand op na vaststelling dat betrokkene beschikte over een postbankrekening met een vermogen van €11.444,50, zonder dit te melden.
De bijstand werd met terugwerkende kracht ingetrokken vanaf 1 januari 2002 wegens schending van de inlichtingenplicht. Betrokkene stuurde een brief waarin hij zich excusseerde voor het missen van een gesprek en enkele bewijsstukken aanleverde, maar stelde dat deze brief als bezwaarschrift moest worden aangemerkt. De rechtbank oordeelde anders en verklaarde het bezwaar gegrond wegens termijnoverschrijding, maar de Raad vernietigt deze uitspraak omdat de brief niet als bezwaarschrift kan worden beschouwd.
De Raad bevestigt dat het intrekkingsbesluit in rechte onaantastbaar is en dat appellant bevoegd was de terugvordering van de verleende bijstand over de periode 2002-2005 te effectueren. De eerdere uitspraak van de rechtbank die het bezwaar gegrond verklaarde wordt vernietigd en het beroep tegen het terugvorderingsbesluit wordt ongegrond verklaard. Tevens is geen sprake van schending van de redelijke termijn en wordt het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: De Raad vernietigt eerdere uitspraken en verklaart het beroep tegen het terugvorderingsbesluit ongegrond; de intrekking en terugvordering van bijstand blijven in stand.