ECLI:NL:CRVB:2009:BJ6749
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.J.A. Kooijman
- J.F. Bandringa
- A.A.H. Schifferstein
- Rechtspraak.nl
Verlaging bijstand wegens weigering 0-urencontract arbeid niet gegrond verklaard
Appellante ontving bijstand volgens de WWB en kreeg deze met 100% verlaagd omdat zij haar werk bij een werkgever had verloren en een nieuw aangeboden werk bij een andere werkgever had geweigerd. De weigering betrof een 0-urencontract, waarop appellante bezwaar maakte vanwege wisselende inkomsten en onduidelijkheid over het aantal uren.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het College ten onrechte de bijstand volledig had verlaagd. De Raad stelde vast dat een 0-urencontract inherent onzeker is qua uren en inkomen, en dat appellante niet verplicht was naar een volledige baan te solliciteren maar naar werk van 32 uur per week.
De Raad vond de bezwaren van appellante onvoldoende om het werk te weigeren en kwalificeerde het tekortschieten als ernstig, maar niet als zeer ernstig. Daarom werd de verlaging vastgesteld op €200 in plaats van 100%. Tevens werd het College veroordeeld tot betaling van wettelijke rente en proceskosten aan appellante.
Uitkomst: Het besluit tot 100% verlaging van de bijstand wordt vernietigd en een verlaging van €200 vastgesteld wegens ernstig tekortschieten.