ECLI:NL:CRVB:2009:BJ6581
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- A.J. Schaap
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen afwijzing vergoeding gesprekskosten InnerGrace-begeleiding
Appellant heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de Pensioen- en Uitkeringsraad waarin zijn aanvraag voor vergoeding van gesprekskosten voor InnerGrace-begeleiding werd afgewezen. Deze begeleiding werd niet erkend als psychotherapie en daarom niet als een medisch noodzakelijke voorziening beschouwd. De Raad heeft vastgesteld dat appellant nooit heeft gesteld dat de begeleiding een therapie betrof en dat hij met zijn aanvraag toetsing aan artikel 33 van Pro de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 heeft verzocht.
De Raad overwoog dat de InnerGrace-begeleiding niet op één lijn kan worden gesteld met psychotherapie zoals bedoeld in het BIG-register. Hoewel de huisarts en psycholoog de begeleiding ondersteunen, is dit onvoldoende om de kosten te vergoeden. Verweerster had de grief van appellant moeten behandelen, maar het tekortschieten hierin was niet van dien aard dat het besluit niet in stand kon blijven.
De Raad bevestigde dat artikel 33 van Pro de Wet ruimte biedt voor tegemoetkomingen in bijzondere kosten die medisch-sociale wenselijkheid betreffen, maar dat dit niet van toepassing is op de onderhavige aanvraag. Verweerster heeft terecht gesteld dat behandeling van nerveuze klachten binnen de criteria van het BIG-register moet plaatsvinden om vergoeding mogelijk te maken. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van vergoeding voor InnerGrace-begeleiding blijft in stand.