ECLI:NL:CRVB:2009:BJ6368
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- A.T. de Kwaasteniet
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Werkgeversbijdrage WAO-hiaatverzekering als bijzonder inkomensbestanddeel bij maatmaninkomen
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om zijn WAO-uitkering in te trekken wegens een onjuiste vaststelling van het maatmaninkomen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij zij oordeelde dat de medische en arbeidskundige gronden voldoende waren en dat de functies die appellant kon verrichten passend waren.
In hoger beroep stelde appellant dat de vermoeidheid door ziekte en medicijngebruik een urenbeperking rechtvaardigde en dat het maatmaninkomen onjuist was vastgesteld, met name doordat de werkgeversbijdrage in de WAO-hiaatpremie buiten beschouwing was gelaten. De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank over de medische situatie, maar oordeelde dat de werkgeversbijdrage in de WAO-hiaatpremie wel als bijzonder inkomensbestanddeel moet worden meegeteld bij het maatmaninkomen.
De Raad stelde vast dat het UWV ten onrechte deze premie buiten beschouwing had gelaten, omdat deze premie niet gelijkgesteld kan worden met werkgeverslasten zoals pensioenpremies. De Raad vernietigde daarom het bestreden besluit voor zover de uitkering werd ingetrokken en bepaalde dat het UWV opnieuw moet beslissen met inachtneming van deze overwegingen.
Daarnaast veroordeelde de Raad het UWV in de proceskosten van appellant en bepaalde dat het betaalde griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd voor zover de WAO-uitkering wordt ingetrokken en het UWV moet opnieuw beslissen met inachtneming van de werkgeversbijdrage in de WAO-hiaatpremie.