ECLI:NL:CRVB:2009:BJ6364
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- R.C. Stam
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging korting en terugvordering WAO-uitkering wegens niet gemelde inkomsten uit arbeid
Appellant ontvangt sinds 1988 een WAO-uitkering op basis van een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Het UWV constateerde op grond van een rapport dat appellant tussen december 2001 en februari 2005 inkomsten uit arbeid had genoten die zijn maatmaninkomen ruim overschreden. Hierdoor werd besloten de WAO-uitkering over die periode niet uit te betalen en een bedrag van €82.473,07 terug te vorderen, met een boete wegens schending van de mededelingsverplichting.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat de gestorte bedragen op Duitse bankrekeningen geen inkomsten uit arbeid waren, maar gelden die hij voor familiebezit in Marokko beheerde. De Raad overwoog dat de stortingen en de activiteiten van appellant, waaronder reizen, het ontvangen en storten van contant geld en het beleggen van gelden, als arbeid van economische betekenis moeten worden beschouwd. Ook indien de gelden voor familiebezit waren, kwalificeert de Raad de beheersactiviteiten als arbeid in de zin van de WAO.
De Raad verwierp het standpunt van appellant dat het UWV niet op het oordeel van de belastingdienst mocht afgaan en zelf nader onderzoek had moeten doen. Gezien de feiten en het strafrechtelijke oordeel over witwassen en onjuiste aangifte, concludeert de Raad dat appellant geen aanspraak kon maken op de WAO-uitkering. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de korting en terugvordering van de WAO-uitkering wegens niet gemelde inkomsten uit arbeid.